zaterdag 19 januari 2013

Vader Aarde en de ziel van de mens


door Els Moor

Olof Smit
Allemaal kennen we ‘Moeder Aarde’. Ze is de basis van ons  leven, ze zorgt dat we kunnen eten en drinken en kunnen gaan en staan waar we willen. Momenteel loopt ze gevaar doordat haar eigen kinderen, de mensen, haar vervuilen. Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid. En Vader Aarde? Over hem horen we nooit zoveel, maar hij speelt een belangrijke rol in het onlangs verschenen boek van natuurgenezer Olof Smit; het heet zelfs naar hem. Waar Moeder Aarde  de vruchtbaarheid symboliseert, waardoor we kunnen leven, is Vader Aarde degene die zorgt dat dat ook kan gebeuren, dat er handelingen plaatsvinden. Een prachtig stel dus, die elkaar aanvullen, maar die door de mens die een steeds materialistischer en egocentrischer gedrag heeft gekregen, bedreigd worden. In het boek van Olof Smit is dit een belangrijk thema.  De redding van onze aarde hangt vooral af van het verdwijnen van materialisme door het spirituele te bevorderen, zoals het  bewustzijn van de geneeskracht van de natuur.
Badende Saramaka vrouw

De schrijver is de ík-verteller in het boek dat fictie, spiritualiteit en herkenbare werkelijkheid bevat. Wie is Olof Smit? Gelukkig geeft hij aan het begin een ‘curriculum vitae’. Hij is een witte Nederlander, ‘Bakaa’ zeggen de Saramakaners in het Surinaamse binnenland, waar hij lang verbleef. Hij maakte er ‘Baka’van!  Een ‘vloek’ is een belangrijk motief binnen het boek. Iemand kan geboren worden met een vloek die op hem rust, die hij geërfd heeft van zijn grootouders. Zo iemand is dan zijn hele leven op zoek om deze blokkade te doorbreken. Bij Olof was dat het geval tot zijn dertigste jaar.  Zijn opa was in zijn jeugd de belangrijkste figuur. Zijn vader kwam om in de Tweede Wereldoorlog. Opa was boer die de natuur kende als geen ander en als jongen was zijn kleinzoon vaak met hem bezig op het land en met de dieren. De grote kracht die hij van opa meekreeg, ontdekte hij pas veel later, toen hij dertig jaar was en opa overleden.  Olof werd zelf geen boer, maar kwam via de ‘Koninklijke Academie’in het filmvak terecht. Het land van opa is later opgegaan in een nieuwe stadswijk, groen tussen beton. Olof ontdekte toen hij filmer was,  dat het voorbij was met het liefdevolle kippen kweken zoals opa dat deed: vermeerderingsfabrieken, concentratiekampen voor slachtkuikens die gedood werden als ze ‘rijp’waren voor consumptie.

Een Saramaka familie


Toen hij dertig jaar was verscheen Vader Aarde Olof in een droom, een ‘voorspellende droom’, een belangrijk gegeven binnen de spiritualiteit in dit boek. Voor hem was het het begin van het bewustwordingsproces en van een totaal ander leven. Hij had zijn vloek gezocht en hij vond zijn wezen. Vader Aarde liet hem ontdekken dat zijn aangeboren talent is: met  materiaal uit de vrije natuur, zoals kruiden, mensen  hun vloek helpen bestrijden of genezen van hun ziekte, hoe ernstig ook van aard.  Zo komt Olof in het binnenland van Suriname terecht voor zijn opleiding, in een dorp van Saramakaners. Hij is de ‘Baka’. Wit van lijf, maar zwart van ziel. Zijn Saramakaanse leermeesteres, ‘Mama’, leert hem alles wat hij weten moet om ‘natuurgenezer’te worden. 
In zijn dromen heeft hij nog contact met Vader Aarde die hem veel leert over ‘de ziel’van de mens, de blijvende kern van zijn bestaan.  De oudste menselijke zielen zijn miljoenen jaren oud. Ze hebben veel gezien en meegemaakt  in al die levens en zijn wijs en vooral nieuwsgierig. ‘Wonzen’noemt Vader Aarde die weinige mensen die vanuit vijfentwintigduizend levens hun wijsheid bewaard hebben. Dat betekent: Wijze Oude Nieuwsgierige Ziel. Dat neemt af  bij latere zielen, met nu veel minder levens. De mensen gaan zich vestigen op één plaats,  als landbouwers;  later gaan mensen ook steden stichten. Dan komt materialisme op en verdwijnt wijsheid en nieuwsgierigheid.

Paloemeu


Het zijn mooie beelden van schrijver Olof Smit om de ontwikkeling van  de menselijke maatschappij, naar een voor Vader en Moeder Aarde bedreigend materialisme, duidelijk te maken. De ziel is de kern. De ziel komt van god, maar er is maar één god, voor alle mensen. Zelf moeten de mensen de ontwikkeling van hun ziel sturen, zoals de Wonzen dat gedaan hebben. De  ‘Baka’- leerling van ‘Mama’, hij wordt een steeds knapper natuurgenezer. Hij blijkt inderdaad een ‘natuurtalent’. Mensen die ten dode opgeschreven zijn door malaria en dengue, hij weet ze te redden. Ook mensen met ernstige  psychische problemen al vanaf hun jeugd en zelfs een restauranthouder op wie de vloek rust, dat zijn mooie zaak ten ondergaat, weet hij te helpen.  Vader Aarde verlaat Olof als die zijn eigen  ‘ík’ kent, als hij één is met zichzelf, ziel en verstand op een rij. Vader Aarde heeft dan zijn werk gedaan, evenals lerares ‘Mama’. In zijn dromen krijgt hij wel twee nieuwe raadgevers, Kanta Masi, de broer van de kruidengod Apuku, en Foodoo, beiden  uit de winticultuur. Olof gaat dan weg uit het regenwoud, werkt eerst een tijd als natuurgenezer  in Paramaribo, gaat dan  naar Europa, Amsterdam, en later terug naar de ‘Cariben’, naar Trinidad. Als hij daar met en voor inheemsen gewerkt heeft, bezoekt hij nog eenmaal ‘Mama’in het Surinaamse bos en gaat dan voorgoed terug naar Europa. Als ‘Wonz’ zal hij werken aan meer aandacht voor natuurgeneeswijzen  en spiritualiteit in een wereld waar materialisme hoogtij viert.

Surinamerivier. Foto Settie Loggers


Uitermate boeiende stof dus, in het boek met de titel Vader Aarde en de Aardse Taal. 'Aardse Taal’ heeft betrekking op de zeven Aardse talen die samen de Aardse wet vormen, de taal van de Aarde van de Mens, van het Dier. Van het Vuur, van het Water, van de Plant en van de Lucht, gerelateerd aan  de zeven krachten die het leven op aarde leefbaar maken. Ze  komen ineens schematisch  in beeld in het subhoofdstuk ‘In de dialoog met de Ziel’ en daar blijft het dan bij.  Dat ‘De Aardse taal’ toegevoegd is aan de titel, is dus vreemd binnen de structuur van het boek.      
Zo zijn er meer vreemde zaken binnen de structuur, maar ook binnen het taalgebruik en het perspectief in dit boek. Olof zelf wisselt tussen een persoon die zich kan aanpassen aan het leven in  het binnenland en er snel veel leert, en een echte  vreemdeling met een puur Hollands perspectief en een soms grof taalgebruik dat in dit boek niet thuishoort. Ik vraag me steeds af of hij dat expres doet om de tweeslachtigheid van zijn personage  aan te geven, of omdat hij zich niet aanpast.  Als zijn opa hem vertelt dat de eik waarbij ze staan honderden jaren oud kan worden, veel ouder dan hijzelf, wordt de zesjarige Olof  razend omdat ‘die roteik’ er nog zou zijn als zijn lieve opa doodging. Woorden als ‘kont’ en ‘strond’ en ‘lazeren’ en ‘donder op’ komen voor in het taalgebruik van de verteller. Heel vreemd is het dat de auteur in de eerste honderd bladzijden bijna nooit bij het werkwoord het persoonlijk voornaamwoord ‘ik’ gebruikt. Alle andere, zoals ‘hij’ en ‘zij’ wel. Na pagina 100 als Vader Aarde hem heeft laten zien wie hij is, komt ‘ik’ wel veelvuldig voor’ en soms niet. Is dat opzet? Het zou  geraffineerd zijn: ik weet niet wie ik ben, dus geen ‘ik’. Of is het een slordigheid? Die zijn er namelijk veel meer. Zoals spelfouten, bijvoorbeeld twee woorden die een woord moeten vormen, los schrijven. Saramakaners is soms goed, maar er staat soms ook Saramaccaners, zelfs een keer Sarramaccaners en Saramakanen.  Het perspectief is vaak oerhollands. 'Mama’, zijn boslandcreoolse lerares, kookt lekker, ‘als in een driesterrenrestaurant’, een grapje dat hier niet begrepen wordt, maar Hollandse lezers niet op weg helpt om het binnenland van Suriname te leren kennen. Het hokje waarin ‘Mama’ kookt noemt hij een ‘bijkeuken’. Daar moest ik wel erg om lachen.

Het Brokopondostuwmeer. Foto Hester Jonkhout


In een hangmat, gebonden aan een groenhartboom  brengt Olof een keer de nacht door. De boom spreekt tegen hem. Hij is immers een verre vriend van de eik die Olof als kind zo verachtte. Een leuk moment, maar waarom ‘Greenheart’ en geen ‘groenhart’?  En het dorp waar hij helemaal inburgert, een Saramakaans dorp dus, ligt dat bij de grens met Brazilië? Daar liggen inheemse dorpen, Kwamalasamutu onder andere. Daar is een sjamaan (natuurgeneesheer) die tot ver in het buitenland beroemd is en die Olof veel had kunnen leren. Waarom moest Olof naar Trinidad? Dat is niet zo’n boeiend gedeelte. Het zou toch veel interessanter  zijn als de leerling ook in de leer gegaan zou zijn bij een genezer van een inheems volk in Suriname?

De Saramaccarivier. Foto Charl Danoe


Het is jammer dat een boek met zo’n interessante thematiek wat structuur betreft niet perfect is. Sommige theoretische stukken over spiritualiteit zijn lang en saai binnen het verhaal of niet functioneel, zoals dat over ‘de Taal’ en zomaar ineens een stuk informatie over Londen na de Tweede Wereldoorlog, het ontstaan van ‘multinationals’ volgens een rooms-katholiek concept.
Er zijn overigens ook mooie, beeldende of humoristische passages die het thema goed vorm geven. Een goede redacteur had hulp moeten bieden. Bovendien had een Surinaamse deskundige de gegevens over Suriname kunnen bekijken. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt bij een Nederlandse uitgeverij. We hopen dus dat er gauw een herziene tweede druk komt, want de thematiek is zeer de moeite waard, vooral ook met het oog op  de commercialisering van het Surinaamse binnenland (goudzoeken en bos kappen). Dat geeft Olof Smit ook aan. Misschien wil Vader Aarde nog een keertje komen in zijn droom en  over de schouder van Olof meelezen en ‘de ‘Aardse taal’ perfect maken?

Olof Smit: Vader Aarde en de Aardse Taal. Frontier Publishing, zonder  jaar. ISBN 9789078070450 

2 opmerkingen:

  1. Toe nu beste mensen... dat de taal, technisch onjuist is, daar kan Olof niets aan doen. Nederlands is tenslotte een scriptloze babytaal...

    met een warme groet,
    :Alexander-Israël:

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een monumentale domheid! Wie het bestaat om het Nederlands te kwalificeren als "scriptloze babytaal" bereikt in ieder geval dít: dat hij verder niet serieus genomen hoeft te worden.
    Robert Egeter

    BeantwoordenVerwijderen