maandag 20 mei 2013

Heb het ook over zwarte daders

We moeten de slavernijgeschiedenis ontdoen van het clichébeeld: witte daders en zwarte mensen als louter slachtoffers, schrijft Marcel van Engelen. Juist ook in Nederland, dat twee eeuwen lang in het hart van de trans-Atlantische slavenhandel opereerde.
Het kasteel van Elmina in 1704

door Marcel van Engelen

Gelegen aan wat ooit de Goudkust heette, is het kasteel van Elmina de oudste Europese stenen nederzetting in Afrika bezuiden de Sahara. De bouw ervan door de Portugezen, in 1482, was de eerste stap van de Europese kolonisatie van 'Zwart Afrika'. Christoffel Columbus was zeer waarschijnlijk getuige van de uitbouw van het kasteel. Tien jaar later zou hij 'Amerika ontdekken' en de twee bases van de trans-Atlantische slavenhandel met elkaar verbinden.

Dat de commerciële uitbater van het West-Indisch Huis in Amsterdam de geschiedenis liever verborgen houdt, is misschien nog te begrijpen. Het fraaie herenhuis in het centrum was ooit het hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie, het bedrijf dat een eeuw lang zijn Nederlandse alleenrecht op het kopen en verschepen van Afrikaanse slaven overzee beschermde. Maar dat hij die historie kan wegmoffelen zonder dat de meeste bezoekers daar iets van merken, is veelzeggend. Het tekent de onbekendheid van deze geschiedenis.

Terwijl dit verleden zo zichtbaar is: er wonen veel zwarte mensen in Nederland. Welk andere deel van de Nederlandse geschiedenis loopt zo zichtbaar over straat? Welk deel van de vaderlandse historie is zo duidelijk aanwezig als je de tv aanzet en bijvoorbeeld naar het Nederlandse voetbal kijkt of naar een Amerikaanse speelfilm?

Toegegeven, de aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden is de laatste jaren behoorlijk opgeleefd. Dat is een wonderlijk proces geweest. Een eeuw oude geschiedenis kwam opeens in de belangstelling te staan.

In 1990 zag de eerste uitgebreide studie naar de Nederlandse slavenhandel het licht (gemaakt door een Friese Amerikaan, geen toeval). En in 2002 verrees in Amsterdam een nationaal slavernijmonument, een kleine anderhalve eeuw nadat de slavernij in Suriname en op de Antillen werd afgeschaft.

Screenshot uit De Slavernij (NTR)


Dat monument werkte als een katalysator. Er kwam een nationaal onderzoeksinstituut, tentoonstellingen werden georganiseerd, theatervoorstellingen gemaakt, er verschenen artikelen in de krant, het slavernijverleden werd opgenomen in de historische canon, het Historisch Nieuwsblad organiseerde 'een dag van de slavernij' en in 2011 was er zelfs een tv-serie van de publieke omroep. De Slavernij, gepresenteerd door Daphne Bunskoek en Roué Verveer, na De Oorlog de tweede grote historische serie van de NTR.

Nakomelingen van slaven joegen de oplevende publieke belangstelling aan. Wat daarbij hun - bewuste of onbewuste - strategie was: de wrede en dramatische kanten van deze geschiedenis benadrukken. Aanzetten. Soms ook overdrijven. In elk geval niet: relativeren. Toen de drijvende kracht achter het monument, Barryl Biekman, een ronde maakte langs Tweede Kamerleden om steun te krijgen voor haar plan vroegen de geschrokken parlementariërs: had het niet wat minder gekund? Nee, want dan hadden ze waarschijnlijk niet geluisterd. Het was nodig om de aandacht te krijgen.

Maar de strategie kon ook groteske vormen aannemen. De Surinaamse econoom Armand Zunder kwam in 2008 naar buiten met de claim dat Nederland 379 miljard euro compensatie moest betalen aan vooral nakomelingen van Afrikaanse slaven in Suriname. Hij baseerde dat bedrag op berekeningen die nogal wankel waren opgebouwd.

Zou het kunnen dat sommige mensen juist door dit soort claims weinig van de slavernijgeschiedenis willen weten? Dat ze juist daardoor deze geschiedenis niet serieus nemen?


Elmina

Het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel was aanzienlijk. Het door historici becijferde percentage van 5 procent is verraderlijk, omdat dat is gebaseerd op de vlaggen waaronder Europese slavenschepen van Afrika naar de Nieuwe Wereld voeren. In West-Afrika waren de Nederlanders invloedrijker dan de 5 procent suggereert. Vanuit hun handelsposten - met als centrum het kasteel van Elmina aan de kust van huidig Ghana - werden ook Afrikaanse slaven geleverd aan Portugese schepen, soms aan Engelse schepen of aan Amerikaanse.

Ongeveer twee eeuwen lang, van 1637, toen de West-Indische Compagnie het kasteel van Elmina veroverde op de Portugezen, tot het begin van de 19de eeuw, opereerde Nederland in het hart van de overzeese handel in Afrikanen. Er was een periode, vanaf 1689 tot halverwege de volgende eeuw, dat Portugezen een handelspas in Elmina moesten halen om verderop aan de Afrikaanse westkust slaven te mogen kopen - zo hadden de landen het onderling afgesproken.

De slavernij van Francico Cafferata, Plaza Sicilia, Buenos Aires, Argentinië. Foto Roberto Fiadone

Hoofdschuldigen
Als je de trans-Atlantische slavenhandel wilt opdelen in schuldige Europese naties, dan waren er twee hoofdschuldigen (Portugal en Groot-Brittannië) en drie meelopers: Spanje, Frankrijk en Nederland. Al kun je misschien zeggen dat een onderscheid naar Europese landsgrenzen misleidend is, omdat de trans-Atlantische slavenhandel van meet af aan een West-Europese business was waarin allerlei belangen en verantwoordelijkheden door elkaar liepen.

Een suikermolen in Brazilië. Schilderij van Frans Post

De Nederlandse geschiedenis van slavenhandel en slavernij ligt niet alleen in Suriname of op de Antillen, maar ook in bijvoorbeeld Brazilië. De compagnie verscheepte tussen 1636 en 1645 bijna 25.000 Afrikaanse slaven naar toenmalig Nederlands-Brazilië. En in de 18de en 19de eeuw voeren Portugees-Braziliaanse schepen rechtstreeks naar Elmina om daar, en verderop in West-Afrika, slaven te kopen. Weggevoerde Afrikaanse slaven en hun nakomelingen waren tot ver in de 19de eeuw de grootste bevolkingsgroep in de Nieuwe Wereld, bouwden die wereld op - dat is ook Nederlandse geschiedenis.

Hoe die geschiedenis tot op de dag van vandaag doorwerkt, is in Brazilië goed te zien. Het land is niet de vrolijke meltingpot waarvoor het vaak wordt gehouden. In Brazilië hanteren de publieke universiteiten nu raciale quota: ze zijn verplicht een vastgesteld aantal studieplekken te reserveren voor jongeren met een zwarte of gekleurde huid. Het is een erfenis van de (Nederlandse) slavenhandel en slavernij.

De slavernij in Afrika

Een kleine tweeënhalve eeuw, van 1637 tot 1872, was het kasteel van Elmina in Nederlandse handen en in die tijd groeide het uit tot een van de voornaamste centra van de slavenhandel in West-Afrika. Het kasteel is nu een bezienswaardigheid die bij bezoekers uit de hele wereld hevige emoties losmaakt, niet in de laatste plaats bij Afro-Amerikanen, Jamaicanen of Surinamers op zoek naar hun roots. Het gebouw was een bewaarplaats van hun voorouders die uit het Afrikaanse binnenland werden aangevoerd en als vee werden bewaard in kale stenen holen, alvorens ze naar de Europese schepen werden geleid.

Het kasteel van Elmina was ook het regiecentrum van de Nederlandse slavenhandel die langs de hele West-Afrikaanse kust plaatsvond - vanuit deze plek werd die mensenhandel grotendeels aangestuurd.

Bij de opgeleefde aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden begint het verhaal vaak bij de verscheping van de samengepakte en geketende Afrikanen - het gruwelijkste deel van deze trans-Atlantische historie. Verder gaat het vooral over de slavernij in Amerika en het Caribisch gebied, waar de weggevoerde Afrikanen voor 80 procent in suikerrijke gebieden belandden, merendeels om er te werken op de plantages. Het zijn de nakomelingen van de slaven die deze geschiedenis levend houden, en het grootste en meest recente deel ligt daar.

Tekening van een slavenschip

Wat daaraan vooraf is gegaan, hoe het allemaal is begonnen, hoe de slavenhandel in West-Afrika verliep, blijft almaar schimmig. Er wordt weliswaar geregeld gewezen op 'Afrikaanse collaborateurs' die de slaven hebben verkocht aan de Europeanen, maar hoe die contacten verliepen en wat de rol van Afrikanen zelf was, wordt nooit helemaal duidelijk. Er is veel minder over bekend. Afrikaanse volken die in het binnenland oorlog voerden of uit commercieel gewin mensen roofden, lieten geen archieven of handelscorrespondentie na. De Europeanen die dat wel deden, kwamen tot het einde van de 19de eeuw het binnenland niet in.

Er speelt nog iets anders. Bij degenen die aandacht vragen voor deze geschiedenis - in Nederland vooral mensen van Surinaamse en Antilliaanse herkomst - proef je weinig behoefte om naar de Afrikaanse zijde te kijken.

De geschiedenis van slavernij in Amerika en het Caribisch gebied is voor velen zo pijnlijk en heeft zo lang weinig aandacht gekregen, tenminste hier in Nederland, dat eerst en vooral de grote schande ervan wordt belicht - begrijpelijk. Daarbij wordt een overzichtelijke tweedeling gemaakt: mensen van Afrikaanse herkomst zijn eeuwenlang geknecht en vernederd, en mensen van Europese afkomst maakten zich daaraan schuldig.
Henry Louis Gates

Ook in de Verenigde Staten wordt de Afrikaanse rol in deze geschiedenis vaak genegeerd, schreef Henry Louis Gates in 2010 in The New York Times. De geromantiseerde geschiedversie die volgens hem sterk leeft: voorouders van zwarte Amerikanen werden uit Afrika weggeroofd door evil white men.

Als je je verdiept in hoe leven en (slaven)handel in en rond het kasteel van Elmina zijn verlopen, ontdek je echter dat de Nederlanders, de Europeanen, tot aan het einde van de 19de eeuw weinig tot niets hadden te vertellen in West-Afrika. Ze verbleven in hun forten en handelsposten aan de kust, met enkele tientallen mannen, of hooguit een paar honderd. Ze kwamen het moeilijk doordringbare en levensbedreigende binnenland niet in. Dat hoefde ook niet, want de (slaven)handel kwam naar hen toe. Afrikanen hadden de slavenhandel volledig in handen tot het moment dat de slaven aan de Europeanen werden overgedragen.

Slavernij en slavenhandel waren al alom aanwezig op het continent voordat de Europese zeevaarders subsaharaans Afrika bereikten. Afrikanen vielen in slavernij door oorlog (gevangenen), door een veroordeling van een lokale leider of door een schuld. Het land gold als gemeenschappelijk bezit; slaven daarentegen waren een vorm van privébezit. Voor West-Afrikaanse volken was het niet vreemd om slaven te ruilen tegen spullen. Zo kon de trans-Atlantische slavenhandel beginnen en grootschalig en langdurig doorgaan.
John Thornton

Afrikaans systeem
De Amerikaanse afrikanist John Thornton gaat zelfs zo ver de trans-Atlantische slavenhandel door westerlingen 'de uitgroei' van een Afrikaans systeem te noemen. Hij draait het om. Hij bekijkt deze geschiedenis vanuit Afrika, in plaats van vanuit Europa of Amerika. Hij zegt in wezen: neem de Afrikaanse rol in deze trans-Atlantische geschiedenis eens serieus. Pas dan begrijp je hoe deze verstrekkende mensenhandel zich heeft kunnen voltrekken, zonder dat de Europeanen de mankracht en de militaire middelen hadden om Afrikaanse leiders en koopmannen hun wil op te leggen.

Historici in Ghana zeggen min of meer hetzelfde: de trans-Atlantische slavenhandel is niet los te zien van het inheemse, Afrikaanse systeem van slavernij. Ze waren met elkaar vervlochten. Toen vanuit Europa de trans-Atlantische slavenhandel werd beëindigd (formeel aan het begin van de 19de eeuw; in werkelijkheid staken slavenschepen zeker tot 1866 de oceaan over) bleef het inheemse systeem bestaan. Tot 1900 bestonden in het binnenland van de Goudkust nog markten waar mensen als vee werden verhandeld.

Uit oude ooggetuigenverslagen blijkt nog iets sterkers: de voornaamste leveranciers van slaven vanuit het achterland van de Goudkust, de Ashanti, waren verbolgen dat de Europeanen aan het begin van de 19de eeuw wilden stoppen met de slavenhandel. De koning van de Ashanti wilde graag doorgaan. Het was lucratieve business. En waar moest hij anders heen met zijn oorlogsgevangenen en de mannen en vrouwen die in het noorden werden geroofd en die hij als centrale macht ontving? Ashanti-koning Osei Bonsu vroeg zich in 1820 tegenover de Britse gezant Joseph Dupuis ook af: waarom vinden de Britten de handel in mensen opeens slecht terwijl ze die eerst goed vonden?

Slaven. Uit Inhuman bondage van David Brion Davis

De Afrikaanse betrokkenheid, voor alle duidelijkheid, doet niets af aan de Europese of Nederlandse rol. De West-Europeanen die in Afrika mensen opkochten en verscheepten, cultiveerden een dubbele moraal: wat thuis niet mocht, mocht ver van huis wel. Ze zetten hun eigen ethiek aan de kant, uit economisch gewin. En ze ontwikkelden een racistische ideologie om de mensenhandel en slavernij goed te praten.

De Afrikaanse betrokkenheid maakt deze geschiedenis voor de slachtoffers en hun nakomelingen ook niet minder pijnlijk - eerder pijnlijker. Maar een serieuze geschiedenis verdient serieuze aandacht. Dat betekent ook het loslaten van verhullende stereotypen over witte daders en zwarte mensen die louter slachtoffer waren. Ook de geschiedenis van de trans-Atlantische slavenhandel is grijs.

Marcel van Engelen (1971) is journalist en schrijver, onder meer van Het kasteel van Elmina dat vrijdag uitkwam bij uitgeverij De Bezige Bij.

[uit de Volkskrant, 18/05/13]

Rails worden sterk door dwarsliggers

door Eric de Brabander

Van Nieuwkerk haalt de zweep over Mart Smeets

Afgelopen week zag ik op ‘Uitzending gemist’ een aflevering van De Wereld Draait Door waarin presentator Matthijs van Nieuwkerk Mart Smeets het vuur aan de schenen legde over de doping in de wielrennerij. Hij hield Smeets voor dat in de tijd dat Lance Armstrong de Tour de France overheerste, het binnen de gesloten gelederen van de wielersport, allang duidelijk was dat er op grote schaal met doping gefraudeerd werd. Hij vroeg Smeets, die toch duidelijk tot de fiets-incrowd behoort, of het niet zijn taak als sportjournalist was geweest deze dopingzaken openbaar te maken. Of het niet een schande was dat de journalistiek had meegewerkt aan het boerenbedrog dat de wielersport zoveel jaren was geweest.
Smeets, een grote zelfovertuigde man die al jaren het Nederlandse icoon was van de wielerjournalistiek viel van zijn voetstuk af. Hij haalde ongemeen fel uit naar Van Nieuwkerk. En plein public siste hij: ‘Als je dat denkt dan ben je nog stommer dan dat je eruit ziet.’
Dit televisieoptreden van Mart Smeets vond plaats na de presentatie van Dwarsliggers met als ondertitel Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap. Had hij het maar gelezen. Dan was hij misschien niet zo afgegaan.

Aart Broek die van 1981 tot 2001 op Curaçao woonde en werkte, schreef tien jaar geleden het boek De terreur van schaamte waarin hij liet zien dat geweld van Curaçaose en Marokkaanse jongeren in Nederland niet terug te herleiden zijn naar culturele verschillen, maar naar schande en schaamte voor de barrière die ervoor zorgt dat ze geen deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. De terreur van schaamte gaf een nieuwe visie over hoe gewelddadig gedrag verklaard maar ook aangepakt kan worden. Het essay was aanleiding voor de Nederlandse politiek om het beleid aangaande Antilliaanse en Marokkaanse jongeren over een andere boeg te gooien.


Laocoon en zijn zonen. Vaticaans Museum
Dwarsliggers gaat op hetzelfde gegeven een stuk verder. Schaamte als oorzaak van falend beleid in bedrijven en overheden. De auteur maakt gebruik van een stuk eigen ervaring toen hij na twintig jaar Curaçao een baan aangeboden kreeg in Katwijk. Een wethouder belastte hem met het tot stand brengen van een fusie tussen twee socialewerkvoorzieningbedrijven. Een fusie die lang gepland en politiek voorbereid was door diezelfde wethouder, maar waar zoveel haken en ogen aan zaten dat ze voor Aart Broek als projectuitvoerder niet haalbaar bleek. Broek, de brenger van de boodschap werd als dwarsligger weggezet. De wethouder sloeg net zolang om zich heen, alle waarschuwingen naast zich neerleggend, tot de fusie tot stand gekomen was. Waarna het met beide bedrijven verschrikkelijk misging.

Bij tegenspraak lijkt het prestige van zittende bestuurders op het spel te staan. Respect wordt schaamte. Om dat te voorkomen worden de gelederen gesloten. De dwarsligger wordt afgeserveerd en de plannen worden, tegen beter weten in, doorgevoerd. Zo is het gegaan met de Betuwelijn, een project dat miljarden verslonden heeft, ondanks alle tegenwerpingen. Zo ging het met de bancaire crisis. De econoom Rajan zette in 2005 al uiteen hoe en waarom de crisis zich zou aandienen bij ongewijzigd kredietverlenend beleid. Hij werd genegeerd. Drie jaar later donderden de eerste financiële instellingen om.
De oorlog in Vietnam is ook zo een enorm fout gelopen debacle waar de waarschuwers als onvaderlandslievend weggezet werden. En dan de vernietiging van Troje waar de waarschuwingen van de hogepriester Laocoon het paard niet de stad in te slepen, in de wind geslagen werden en de historie Laocoon door zeeslangen de Middellandse zee in laat trekken en laat verslinden.
Aart Broek maakt in zijn essay duidelijk dat schaamte niet iets exclusiefs is voor de Japanse, Curaçaose of Marokkaanse samenlevingen die zouden worden gekenmerkt door een ‘schaamtecultuur’.

Schaamteopwekkende praktijken van alle windstreken zijn bijvoorbeeld uitsluiting, langdurige pesterijen op school of op de werkvloer, emotionele verwaarlozing, huiselijk geweld, seksuele intimidatie en verkrachting. Alle vormen van vernedering en uitsluiting leiden tot gedrag dat schaamte en schande dient te voorkomen, ten koste van alles.
 
Tommy Wieringa (met papier in hand) in debat in 2010
In Joe Speedboat, de veelgeprezen roman van Tommy Wieringa is dit een motief. Wieringa zelf zei hierover toen hij over zijn bestseller geïnterviewd werd: ‘Wie niet ziet wat beschaming en uitsluiting tot gevolg heeft is gek. Mensen zijn voor het grootste deel van hun leven op zoek naar warmte. Een aapje dat kan kiezen tussen twee moeders, een van staal met voedsel, of een van badstof zonder, kiest de moeder van badstof. Warmte en genegenheid, eeuwige baby's zijn we, die elkaar vlooien.’

Deze menselijke eigenschap zorgt ervoor dat het op maatschappelijk niveau nogal eens misgaat. De valkuilen die ons beperkte cognitieve vermogen opwerpen vereisen gefundeerde tegenspraak. Kennis over ons individuele cognitieve vermogen, en hoezeer dat gedebiteerd wordt door schaamte, maakt het mogelijk met tegenspraak te leren omgaan.
 
Aart G. Broek. Foto @ Michiel van Kempen
Aart Broek studeerde communicatiewetenschappen, sociologie en criminologie. Hij promoveerde op een onderzoek naar de propagandapraktijk van de Rooms Katholieke missie op de Benedenwinden. Eerdere boeken van hem zijn Het zilt van de passaten; essays over Caribische cultuur, De kleur van mijn eiland; Ideologie en schrijven in het Papiamentu sinds 1863, De terreur van schaamte en Geboeid door macht en onmacht;  De geschiedenis van de politie op de Nederlandse Antillen.
Met Dwarsliggers;  Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap, een prachtig in harde kaft uitgegeven boekje van 116 bladzijden, heeft hij laten zien dat het haalbaar is gefundeerde tegenspraak in een organisatie te integreren, waarbij de beheersing van schaamte-ervaringen centraal staat. ‘Rails worden sterk door dwarsliggers’, zo zegt hij zelf. ‘Mensen ook!’
Maar voor Mart Smeets geldt een ander gezegde. ‘Als je geschoren wordt moet je stilzitten.’

[uit Antilliaans Dagblad, zaterdag 18 mei 2013]

Aart G. Broek
Dwarsliggers;  Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap
Essay
Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem 2013
Genaaid gebonden, 120 blz., € 17,90
ISBN 978-90-6265-826-8


Bodies, Sand and Changing Times


A Review of Eric Fischl: Beach Life, in East Hampton


Wading in “A Visit To/A Visit From/The Island” (1983), among the paintings in “Eric Fischl: Beach Life,” at the Museum at Guild Hall in East Hampton. Courtesy of Whitney Museum of American Art.

by Martha Schwendener

If being a starving or unsuccessful artist sounds harrowing, being a successful one comes with its own pitfalls. Take Eric Fischl, for instance. One of the most successful figurative painters of his generation, Mr. Fischl, who was born in 1948, attended the California Institute of Arts when it was a hotbed of post-1960s Conceptualism, but followed a less popular path and remained a painter. In the course of his career, he has been denounced by feminists, who saw his nudes as throwbacks to earlier eras in which women were objectified by male painters, and by postmodernists, who considered his large canvases luxury objects that exemplified rather than opposed the excesses of the 1980s art market.

Lees hier verder in The New York Times

Website over Stroomzigt


Dear friends,

Stroomzigt, het huis van Chris Engels. Foto @ Michiel van Kempen

Ik ben heel blij jullie te kunnen mede delen dat de website www.stroomzigt.com weer online is, updated en uitgebreid. We willen het nog vertalen in het Engels, Papiaments en Portugees. Het gedeelte van de bouwgeschiedenis en het belang van Stroomzigt voor het Koninkrijk is opgesteld door mijn achterneef van de Boskaljon kant: John van Geffen die bij de UvA met een promotie onderzoek bezig is betreffende Stroomzigt en andere soortgelijke panden. Hierdoor zijn wij veel meer te weten gekomen. 

Ik heb een bouwkundige analyse laten doen door Ir. Michael Newton en nu heeft een restauratie-aannemer ook een globale kostenraming gemaakt om de situatie van de staat van het pand te weten te komen en ook de aannemer schrijft:
‘Over het algemeen kunnen we zeggen dat het pand ondanks het feit dat het leeg staat en er geen onderhoud aan gepleegd is in de afgelopen jaren, in redelijke staat verkeerd. De opgelopen achterstand in onderhoud manifesteert zich in het schilderwerk, pleisterwerk en hier en daar het houtwerk. Er zijn geen noemenswaardige constructieve gebreken zichtbaar. ‘
Ik ben dus een blij mens vandaag en hoop dat mijn inspanningen t.b.v. behoud van Stroomzigt als cultureel platvorm weer iets dichterbij is gekomen met deze website. Zeg het voort! 

Hartelijke groet, Verele Engels

Een niet-alledaagse biografie

door Nellie Bakboord
Nellie Bakboord

In mijn herinnering scheen de zon die ochtend driftig toen mijn vader langs het Sint Vincentius ziekenhuis de Prins Hendrikstraat links insloeg. Met zijn vrouw en drie kinderen en de kleine auto volgeladen.
Paramaribo. September 1954. Ik was krap acht maandjes oud, maar die ochtend staat op mijn netvlies. Mijn prille jeugd heb ik doorgebracht in deze straat.
Onze auto was een Morris Minor. Lichtgrijs. Een Engels merk. Op latere leeftijd leer ik dat Suriname een poos onder Engels bewind is geweest en dat ik nog meer invloeden uit deze periode zal tegenkomen. Ook wat onze spreektaal betreft. Het Sranan noemde men Neger-Engels. De smaak van die denigrerende ondertoon ben ik nooit kwijtgeraakt.
De Engelsen vestigden zich om plantagelandbouw uit te oefenen. Producten als suiker, koffie en katoen werden verscheept naar hun wereld. Gouden tijden braken aan. Voor hun. Het aantal slaven in die periode verdubbelde zich. Nergens in mijn jeugd heb ik ooit gelezen dat men sprak van zwarte bladzijden in hun geschiedenis. Hun welvaart nam toe.

Prins Hendrikstraat. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


Maar die ochtend zat ik in de Morris Minor op schoot bij de liefste en mooiste vrouw ter wereld. Mijn moeder. Behaaglijk. Veilig. Met mijn rug tegen haar zachte, warme borsten keek ik de wereld in. Rechts. Vanuit het zijruitje. Dit driehoekige raampje stond op een kier, waardoor een heerlijk briesje voor koeling zorgde. Intussen vermengde de geur van Majapoeder, mijn moeders lievelingspoeder, zich met mijn babygeurtje. Mijn vader wist precies wanneer ik in foetushouding op moeders schoot had gelegen. Hij snoof onze geurtjes op, terwijl ik eerst geluidloos glimlachte en daarna kraaide van plezier in zijn stevige armen. Knuffelend zei hij: "Lag je weer lekker in mama's buik?" Herinneringen. Gouden tijden. Het onophoudelijke gebrabbel op de achterbank, van mijn oudere zus en broer, haalde mij die ochtend niet uit mijn concentratie. Integendeel. Wat zich in mijn aangezicht afspeelde interesseerde mij. De liefkozende handen van mijn moeder. Ze streelde mijn krullenkop, kietelde zachtjes in mijn nek en gaf mij keer op keer een bosi. En brasa's. In mijn hals. Op mijn wangetjes. Soms beet ze in mijn oorlel. Ik weet nog dat ik dat heel erg spannend vond, maar tegelijkertijd vreesde ik. Ik was op die leeftijd nog niet wereldwijs, maar mijn zintuigen werkten optimaal. Ik wist toen al dat moederliefde de spuigaten kan uitlopen. Pas toen ik elf en een half was liet ik oorgaatjes prikken. Laf? Liefkozend bijten is niet hetzelfde als oorgaatjes prikken. Moeders liefkozingen zal ik nooit vergeten. Daarom kan ik die met gemak in mijn biografie weergeven.

Wij waren die ochtend op weg naar onze nieuwe woning. Prins Hendrikstraat 28. Eigenhandig gebouwd door een grootoom van vaders zijde. De Prins Hendrikstraat is een straat waar de Bakboordjes al jaren wonen. De overgrootouders van mijn vader hebben er gewoond. Op nummer 59. Bijna op de hoek bij de Mahoneylaan. Ik kijk heel vaak naar die foto van het huis. Bijna vergeeld. Ik zie mijn betovergrootmoeder, overgrootmoeder en grootmoeder. En mijn vader. Samen met zijn twee zusters en één broer. Zittend op een vrij hoog muurtje welke het statige woonhuis afschermt van het trottoir en de straat. Ik lach om hun bengelende beentjes. Mijn jeugd in de Prins Hendrikstraat was onbezorgd. Op het grote erf achter ons huis kon ik veilig spelen. We hadden drie honden. Bruintje was mijn lieveling. Aras kon grommen, waardoor je als kind soms niet wist wat je aan hem had. En Beauty herinner ik me als een hond die altijd in een zelf gegraven kuil lag. Lekker warm in het zand. Een lieve hond. Ze lag gewoon mooi te wezen. Ons erf had veel fruitbomen, maar ook ruimte om spelletjes te spelen. Djoel werd ruw gespeeld. De oudere kinderen riepen altijd "zweven telt". Ze mochten een zweefduik nemen naar je benen. En als baby had ik al dunne beentjes. Dan lig je bij djoel er als eerste uit.

Werd Wiels vermoord door zijn eigen partij?


Betty da Fonte, de vrouw met wie Helmin Wiels 22 jaar samen was, werd opgezocht door John van den Heuvel van De Telegraaf:
Betty da Fonte

De vrouw zegt bang te zijn. Voor de politie van het eiland, die mogelijk afluisterapparatuur in haar woning heeft geplaatst en voor Wiels’ tegenstanders, die mogelijk ook háár vijanden zijn. De sloten op het huis zijn inmiddels vervangen. „Ik heb zoveel fabeltjes gehoord, de afgelopen week,” stelt ze. „Zo zou Helmin zondag zijn vaste bewaker Karel Josefa naar huis hebben gestuurd. Onzin! Hij werd al weken niet meer bewaakt. Zijn eigen partij had opdracht gegeven te stoppen met de beveiliging. Op 19 april heeft hij nog één dag bewaking gehad vanwege een meeting, waar iemand aanwezig was met wie hij ruzie had. Daarvoor en daarna had Helmin geen bodyguard meer.”

Ook over de dag van de moord, morgen precies twee weken geleden, heeft de vrouw interessante informatie. Ze zegt dat Helmin al ’s middags even na een uur een telefoontje kreeg of hij naar de Pier wilde komen, ofwel de plek waar hij rond vijf uur dezelfde dag werd vermoord.
„Van wie dat telefoontje kwam? De naam noem ik niet, maar het was iemand uit de partij van Helmin, de Pueblo Soberano. Helmin antwoordde dat hij eerst nog wat andere afspraken had en eind van de middag zou gaan. Er wist dus iemand dat hij daar naartoe zou komen. Later ontkende die persoon, die naar Helmin had gebeld, glashard. Erg vreemd, vindt u ook niet? Of het doodschieten van Helmin een politieke moord is? Jazeker, maar in mijn ogen is hij vermoord door zijn eigen partij.”

Lees hier het hele stuk in De Telegraaf

zondag 19 mei 2013

Een orgie van politiek en bestuurlijk vandalisme

door Eric de Brabander

Freek van Beetz. Foto @ René Roodheuvel

Freek van Beetz was tien jaar lang adviseur van de Minister President van de Nederlandse Antillen. In die hoedanigheid was hij ooggetuige van de moeizame relatie van de Antillen met Nederland, de opeenvolgende problemen binnen het landsbestuur, de interne politieke verwikkelingen en met name het langdurige proces dat uiteindelijk leidde tot de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Van Beetz werd door de  oppositiepartijen in die tijd gewantrouwd. Sommigen zagen hem als een spion binnen de regeringsgebouwen in Forti. Immers, hij was 'uitgeleend' door Den Haag voor assistentie bij het financieel economisch herstelprogramma van Pourier, dat moest resulteren in een akkoord met het Internationaal Monetair Fonds. En dat akkoord was voorwaarde voor financiële steun uit Nederland. Keiharde afspraken waren daarover gemaakt, die, naar later bleek, minister Gijs de Vries niet zou honoreren. Dit leidde uiteindelijk tot electoraal verlies van de PAR ten gunste van de FOL van Anthony Godett.

Van Beetz beschrijft in zijn boek Het einde van de Antillen: Kroniek van een adviseur op Curaçao hoe Gijs de Vries hiermee het podium creëerde waarop de PAR uiteindelijk politiek bijna ten onder ging en de populist Anthony Godett met de macht aan de haal ging, gebruik makend van slogans als 'sin miedu, zonder angst,' en 'brood en een dak boven het hoofd'. En waar, na het ontstaan van het nieuwe land Curaçao een coalitie gevormd werd tussen de partij van Helmin Wiels, die radicale afscheiding van het moederland voorstond, en de door duistere figuren gefinancierde MFK van Gerrit Schotte. Dat de oppositiepartijen in de beginjaren van het nieuwe decennium dachten met Van Beetz het paard van Troje binnengehaald te hebben was op zich niet zo verwonderlijk. Ook in Den Haag werd gevonden dat de adviseur die door hun uitgeleend was aan het kabinet van Minister President Pourier schatplichtig was aan de Nederlandse regering. Dat kwam al snel aan het licht toen, tijdens het IMF traject, en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen, het duidelijk werd dat de Antillen financiële hulp nodig hadden om het traject met goed gevolg te doorlopen. Deze hulp was ook toegezegd, met name sociale hulp aan al die ambtenaren (34%) die wegbezuinigd waren.
Van Beetz schreef namens Pourier een brief aan premier Kok waarin gemeld werd dat: 'verdere bezuinigingen binnen de huidige Antilliaanse staatkundige structuur desastreus zullen zijn, niet alleen voor het effectief functioneren van het overheidsapparaat, doch ook voor de essentiële diensten en voorzieningen aan onze bevolking.'
...politiek op Curaçao... Foto @ Bea Moedt

De brief werd in Den Haag door BKZ niet in dank ontvangen. Ze hadden de hand van Van Beetz herkend en hij werd er op aangesproken. Van Beetz maakte daarop duidelijk dat hij uitgeleend was aan de Antilliaanse regering en verantwoording verschuldigd was aan Minister President Pourier en niemand anders. Veel begrip ontving van Beetz niet. De relatie met BKZ is er daarna jaren een geweest van koude oorlog.

Toen ik dit verhaal las moest ik onwillekeurig denken aan het boek van Aart Broek, Dwarsliggers. Wellicht zou dit boekje verplichte kost moeten zijn voor heel bestuurlijk Nederland.
In 2006, toen het voor de Antillen duidelijk was dat Nederland zijn financiële afspraken niet nagekomen was en ook niet zou nakomen, hield minister Brinkhorst in de aula van de Universiteit van de Nederlandse Antillen een lezing getiteld 'een gezonde bestuursstructuur in een gezonde economie'. Brinkhorst hamerde op het belang van bezuinigingen en na afloop merkte van Beetz tijdens de staande receptie tegen een oud-collega uit Den Haag op, 'een gemiste kans.' Hij bedoelde dat politiek Den Haag de kans had laten liggen Pourier de nodige ruggensteun te geven ten tijde dat het kabinet Pourier daadwerkelijk met de bezuinigingen bezig was waar Brinkman het over had. De Antillen zouden er heel wat voortvarender hebben uitgezien als Gijs de Vries niet zo halsstarrig was geweest.

Deze opmerking werd doorgekletst en veroorzaakte in Den Haag een diplomatieke rel. Weer verwijs ik naar Dwarsliggers waarin Aart Broek beschrijft hoe moeilijk het is voor bestuurders om beleid over een andere boeg te gooien als duidelijk wordt dat een andere koers gevaren dient te worden. In dat soort gevallen, waar de cognitieve functies van de bestuurder dissoneren met de realiteit, is het helaas usance om eerst de boodschapper af te schieten. Van Beetz moet teruggeroepen worden, zo eiste Laurens Jan Brinkhorst. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Freek van Beetz heeft drie minister presidenten geadviseerd, Pourier, IJs en de Jong Elhage, waarna een einde kwam aan de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010.

Het einde van de Antillen is geen formele wetenschappelijke studie. Van Beetz wisselt de politieke gebeurtenissen van de afgelopen tien jaar af met passages uit zijn logboek, waarin hij al die gebeurtenissen van persoonlijke kanttekeningen voorziet. Die passages hebben een andere schrijfstijl, ze zijn als het ware een verademing na de delen van het boek waarin de politieke processen worden beschreven en waar Freek van Beetz zich ervan bewust is dat hij aan geschiedschrijving doet. De persoonlijke ervaringen zorgen ervoor dat het boek Het einde van de Antillen leest als een roman.
...een orgie van bestuurlijk en politiek vandalisme...

Ik genoot van de passage over de slotverklaring, een orgie van bestuurlijk en politiek vandalisme, zoals Freek van Beetz het noemde. Allereerst moest er gestemd worden  of Anthony Godett al dan niet uit Bon Futuro gehaald moest worden om hem aan het debat te laten deelnemen. Iedereen bemoeide zich ermee, en met name in de Papiamentstalige kranten ontstond een hetze, die versterkt werd door de nogal onhandige PAR zet  de overeenkomst inzake de slotverklaring geheel op het conto van de PAR te schrijven. Si en No werden toen geboren. Na een opeenvolging van scheldpartijen en holle retoriek werd de slotverklaring afgewezen. Men vierde dit besluit feestelijk. Weldenkende burgers vroegen zich af waar dit allemaal heen moest. Duidelijk was het dat de PAR door de coalitiepartij van Godett gezien werd als verlengstuk van Holland. Dat was al zo vanaf het verraad van de Vries. De FOL had hiermee een stok om de hond te slaan.

Het boek van Freek van Beetz verdient een plaats in de boekenkast van eenieder die begaan is met de Caribische eilanden, maar met name in de boekenkast van onze politici, ter lering ende vermaeck. 'Het einde van de Antillen' is bovenal een aanwinst voor onze nationale bibliotheek en de bibliotheken van onze middelbare scholen, daar het in een leemte voorziet wat betreft onze politieke geschiedenis.




Freek van Beetz, Het einde van de Antillen; Kroniek van een adviseur op Curaçao
ISBN: 9789059727564
Uitgever: Eburon
Jaar : 2013
Pagina's : 336

[uit Antilliaans Dagblad,  (rubriek ‘Voor u gelezen’), zaterdag 18 mei 2013]

Over Dwarsliggers zie dit eerdere bericht.

Biografie Claudetta Toney

Claudetta Toney
Op zondag 26 mei a.s. wordt de biografie Claudetta Toney, haar leven en werk gepresenteerd. Mevrouw Claudetta Toney is na een carrière in Nederland te hebben gemaakt, in 1994 teruggekeerd naar Suriname. In het tijdschrift Parbode werd zij geportretteerd als een belangrijke vrouw in de goudindustrie. Op het sociaal-cultureel vlak is zij bekend als de initiatiefneemster  en voorzitter van de Stichting Fiti Fu Wini, een organisatie die zich toelegt op de conservering en de ontwikkeling van Afro-Surinaamse verworvenheden.  De presentatie is voor genodigden op Sarafina te Boxel. Het twee uur durende programma omvat zang, voordracht, toespraken en discussie. Juliën Zaalman is een van de personen die een toespraak zal houden. Rappa zal de discussie leiden. De minister van Onderwijs en Volksontwikkeling zal aanwezig zijn om een presentexemplaar van het boek in ontvangst te nemen.

Na een serie boeken over winti maakt Juliën Zaalman een drastische omslag. Hij wil nu rolmodellen in de schijnwerpers plaatsen. Zijn laatste pennenvrucht handelt daarom over een zakenvrouw die in de goudindustrie een imperium heeft opgebouwd, maar daarnaast ook een rijk sociaal leven heeft.
De biografie Claudetta Toney - Haar leven en werk, beschrijft het leven van de eerste vrouw met een imperium van 70.000 hectare goudconcessie.

Houvast voor jongeren
In het 290 pagina's tellende boek belicht de auteur het markante figuur die hij vanuit zijn religieuze gedachte heeft gekozen. "Een doortastende persoonlijkheid, die weet wat ze wil en waar ze naar toe wil met haar gedachte", zegt Zaalman. Hij vindt dat Toney een goed voorbeeld voor jongeren en nakomelingen is. "Ze kunnen naar haar opkijken. Het is iemand die 'iets' betekent in het leven. In het bijzonder voor de Afro-Surinaamse gemeenschap", stelt de schrijver. Zaalman die zich vanaf zijn vijftiende bezighoudt met de wintileer, debuteerde in 2002 met zijn eerste boek August, een bonuman. Daarna volgden er nog vijf, die de auteur vanuit zijn filosofische gedachte en onderzoek heeft geschreven. Dat ging hem veel makkelijker af dan een biografie schrijven, dat vier jaren in beslag heeft genomen.
Surinamerivier. Foto Peter de Rijk

Verschil
Voor de vorige boeken had de schrijver genoeg informatie vastgelegd die hij vanuit zijn filosofie verder kon schrijven. "Bij dit boek moest ik alle verzamelde informatie vergelijken om de rode draad te ontdekken." Zaalman vindt Toney geen simpel mens. "Ze is iemand die heel diep nadenkt. Bij het bespreken van de zaken heb ik ook rekening moeten houden met hoe zij de dingen ziet en hoe anderen haar zien." Dat heeft de auteur zo duidelijk mogelijk in het boek proberen te verwerken. "Het is er af en toe hard aan toe gegaan, maar alle informatie die ik van haar wilde, heb ik gehad." Dit gebeurde niet alleen vanuit wat ze zelf vertelde, maar meer nog aan de hand van documentatie. "Het was enerverend, maar ik heb persoonlijk veel geleerd over de manier waarop mensen denken en voelen. We zijn tevreden met het eindresultaat", zegt Zaalman glimlachend.
Op het kaft van het boek, met goudgele achtergrond, prijkt het beeld van Claudetta Toney toen ze vijftig jaar werd. "Een markant punt van haar groeiperiode in de goudsector", weet Zaalman. Het boek wordt op 26 mei tijdens een speciale ceremonie bij Stichting Fiti Fu Wini gepresenteerd. De uitgever is Stichting Tata Kwasi Ku Tata Tinsensi en Sarafina zorgt voor de distributie naar alle boekhandels. De schrijver is van plan de serie wintiboeken met een zevende uitgave af te sluiten en daarna nog meer biografieën van bijzondere personen uit te geven.

Conny Braam en Giselle Ecury in laatste Letterij van dit seizoen

Op woensdag 22 mei is Conny Braam hoofdgast in het schrijversprogramma Letterij. Gaat haar lezing over haar jongste roman Sjaco? Of over een van haar voorlaatste: De Russische timmerman? Of over haar IJmuidense trilogie over de familie Abraham? Conny Braam debuteerde in 1992 met Operatie Vula over haar ervaringen met anti- apartheidsactiviteiten in Zuid-Afrika. Sindsdien publiceert zij met grote regelmaat (vooral historische) romans zoals Het schandaal in 2004 over de Velser Affaire, De handelsreiziger van de Nederlandse Cocaïnefabriek in 2009. Ook schreef zij verhalenbundels en de thriller Zwavel, die werd genomineerd voor de Gouden Strop.
Conny Braam mag zich met haar dozijn verschenen titels met recht een gevestigd auteur noemen. 
Giselle Ecury. Foto @ Michiel van Kempen

Halverwege dit Conny Braam-programma wordt als intermezzo de spotlight gericht op een auteur die nog beginnende is een oeuvre op te bouwen, te weten Giselle Ecury. Zij is op Aruba geboren. Haar moeder was Nederlandse, haar vader Arubaan. Giselle Ecury woont en werkt in Nederland. Zij debuteerde als romancier in 2006 met Erfdeel, in 2009 gevolgd door haar tweede roman Glas in lood. In september 2013 verschijnt haar derde roman De rode appel. Uit haar romans komt naar voren dat haar leven onlosmakelijk verbonden blijft met de twee culturen die zij in zich draagt. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk, de presentatie is in handen van Franc Knipscheer.

Locatie: Pletterij, Lange Herenvest 122, Haarlem. Aanvang: 20.00 uur. Zaal open: 19.30 uur. Toegang 5 euro. Toegang € 10,00 incl. Eat (maaltijdsoep) & Greet met Conny Braam en Giselle Ecury.  Aanvang 18.30 uur. Beperkt aantal plaatsen. Vooraf reserveren. reserveren@pletterij.nl of bel 023 542 3540.

Hollywoodvrouw Conchita: Nederland is nog niet klaar met mij

Conchita in haar huis in Beverly Hills Foto © Suzanne Borgdorff
door Suzanne Borghoff

Conchita Leeflang is in Amerika bekend als actrice, model, moeder, onderneemster en zangeres. Nederland leerde Conchita vorig jaar kennen als de extraverte Surinaamse in de serie Nederlandse Hollywoodvrouwen. AD.nl zoekt Conchita op in Beverly Hills en ontdekt dat ze de smaak helemaal te pakken heeft. 'De Nederlandse televisie is nog lang niet klaar met mij!'

Een mevrouw met een mondkapje opent de deur van Conchita's huis in Beverly Hills, met de bekende postcode 90210. Het blijkt de kinderoppas, ze loopt rond met een griepje. Om Conchita's dochter London niet aan te steken draagt ze een mondkapje. We nemen plaats op een van de grote witte banken in de huiskamer, waar ook de opnames plaatsvonden voor Nederlandse Hollywoodvrouwen. Conchita heeft zich voor de gelegenheid gehuld in een groen jurkje en de open haard aangestoken. Ze vindt het maar koud buiten.
Conchita Leeflang

Conchita houdt van privacy en wees in eerste instantie het aanbod van Net 5 af om deel te nemen aan de serie. 'Ik wilde mijn leven, mijn familie en mijn kind niet aan iedereen tonen. Daar had ik geen zin in. Maar toen ik het eerste seizoen zag vond ik het heel leuk. De ploeg filmt op een 'kleine manier', niet zoals bij Real Housewives of Beverly Hills (de Amerikaanse versie van Hollywoodvrouwen, red.). Er is daar zo veel drama op tv, dat was dit niet', vertelt Conchita lachend. Nadat ze twee keer een klein rolletje in het eerste seizoen had gehad, werd ze in het tweede seizoen een van de hoofdpersonages. Dat heel Nederland dan ziet dat Conchita moeiteloos 1000 dollar betaalt voor een jas voor dochter London, dat moet dan maar. 'Voor de show wist niemand hoe ik leefde, ik praat normaal nooit over een prijs van een jas. Maar achter de schermen stelden ze me de vraag en filmden ze het antwoord', legt ze uit. 'Het publiek begrijpt denk ik wel dat ik goed met mijn geld omga. Ik ben een grote filantroop, ik geef veel aan goede doelen. Dan vergeven ze het me wel.'
Myrthe, Conchita, Yolanda en Inge

Helemaal gek
Conchita heeft nog regelmatig contact met Hollywoodvrouwen prinses Inge, Myrthe Mylius en Yolanda Foster-Hadid. Deze laatste is elke dag op de Amerikaanse tv te zien in The Real Housewives of Beverly Hills. Conchita: 'Yolanda is de beste in de show, ze heeft echt klasse. De rest is 'trashy', en niet leuk. Yolanda heeft veel te bieden en is een heel goede moeder. De liefde voor haar man kent geen grenzen en ze blijft ook zonder camera's mooi. Ik heb veel respect voor haar.'

Myrthe verwacht in mei een kindje met Chiel Ottink (zanger Thomas Berge, red.). 'We zijn zo close, ik ga er echt met Inge heen vliegen en dan helemaal gek doen', vertelt Conchita daarover. 'We willen Myrthe gaan overvallen en vooral gaan irriteren. Zo van 'dit moet je wel en niet doen', ze gaat helemaal gek worden! Totdat ze roept: 'stoppen jullie'. Dat moet ze echt meemaken, leuk man', klinkt het snode plan.
Conchita Leeflang

Er lijken genoeg ingrediënten te zijn voor een derde seizoen Nederlandse Hollywoodvrouwen. 'Ik wil Yolanda niet beïnvloeden, maar ik denk dat zij er zelfs voor openstaat om The Real Housewives of Beverly Hills te laten voor wat het is en met ons mee te doen', geeft Conchita aan.

'Als ik weer een show doe dan wil ik Natalee Cole erbij betrekken. Dat gaat ook zeker met muziek te maken hebben. En Katherine Kelly Lang, bekend als Brooke in The Bold & The Beautiful, zij wilde vorig seizoen al meewerken. We hadden onze laarzen aan om op Katherines ranch te filmen, maar het regende te hard.' Volgens Conchita 'val je om van het verschil' tussen Katherines karakter en dat van haar soappersonage. 'Ik vind haar één van de beste moeders, ze is geweldig. Ze laat alles lachen en ze is vreselijk zacht. Ze huilt al als iemand wordt gestoken door een bij.'

Nagellaklijn
Opvallend is dat de Surinaamse, die 18 jaar in LA woont, zichzelf is en trouw blijft aan haar cultuur. 'In LA leef je soms voor het drama, maar wij hebben een echte cultuur. Suriname en Nederland hebben een geschiedenis, kennen traditionele gerechten, in de VS is alles overgenomen van andere culturen. Ik ga niet zomaar met mensen om. Ik elimineer drama heel snel, dat tolereer ik gewoon niet.'
Conchita Leeflang

De Nederlandse taal beheerst Conchita goed omdat ze regelmatig haar familie opzoekt. 'Ik ben de laatste tijd heel veel met Nederland bezig. En de Nederlandse televisie is nog niet klaar met mij', verklapt ze terwijl ze haar pantoffels aandoet. 'Ik kan er niet over praten, maar laat ik zeggen dat Nederland nog lang niet alles van mij heeft gezien.' Volgens Conchita heeft haar optreden in Nederlandse Hollywoodvrouwen de toon gezet voor het maken van nieuwe plannen. 'Dat gaat goed, het is ook zeker. Omdat mijn muziek op nummer 1 staat, heeft het ook daarmee te maken. Het is een combinatie van muziek en show. Wacht maar af.'

Zoals het een Hollywoodvrouw betaamt is Conchita ook druk met een babykledinglijn en nagellaklijn. Met een deal van de trendy nagelstudio OPI is het de bedoeling de wereld te veroveren. Er zijn vier kleuren gekozen uit de regenboogvlag, ook wel homovlag genoemd, waarvan één kleur is geselecteerd door Elton John en zijn partner David Furnish. Deze nagellak krijgt de naam EJ&DF inspired. 'De lijn wordt gecombineerd met goede doelen zoals de Aids-foundation en anti-pesten. Bekende Nederlanders en Amerikanen moeten zich daarvoor inzetten', vult Conchita aan. 'In Nederland wil ik Jörgen Raymann vragen, hij is echt een rolmodel. En hier heeft Natalie Cole al 'ja' geschreeuwd, samen met Lance Bass (bekend van N'Sync), Christina Milian en natuurlijk Elton. We zijn er heel strak mee. Ik wil ook dat Paul Allens voetbalteam de nagellak gaat dragen om een statement te maken.'

Haring met uitjes
Het gesprek wordt even onderbroken als de 2,5 jarige London, vergezelt door de kinderoppas, de kamer binnenkomt. Ze duikt haar speelhuisje in en roept iets over verstoppen. Volgens Conchita is London een heel slim kind. Ze wonen fijn in The Hills en ze denkt erover om London naar de vestiging van Harvard voor kinderen te sturen.

Als Madonna een feestje geeft staat Conchita's straat vol met auto's. Jessica Simpson woont aan de overkant, Elton John en zijn partner David Furnish hebben een huis om de hoek gekocht. 'Hun nieuwe zoontje is zo mooi! En hun eerste kindje Zachary speelt met London. Ze speelt ook met de dochter van Beckham en Neil Patrick Harris. Elton en Neil Patrick zijn allebei dol op hun man, dat hebben we gemeen: 'we houden allebei van piemels'. Conchita lacht hardop en kijkt of London in de kamer is. 'Als ik vuile dingen zeg, dan doe ik dat in het Nederlands want dat verstaat ze niet.'
Conchita Leeflang

Toch blijft Europa ook deel uitmaken van haar leven. Londen is Conchita's favoriete stad en haar zus woont in Gent. In Nederland heeft ze stiekem een oogje op 3FM-dj Giel Beelen. 'Geil of Giel, hoe heet hij ook alweer? Ik houd van hem, dat verklaar ik hierbij. Ik vind hem zo'n schat en knap. Toen ik bij hem te gast was had hij haring met uitjes geregeld. Ik houd van mannen die met je meedenken.'

Op de vraag of ze gelukkig is antwoordt Conchita volmondig 'ja'. 'Ik voel me zo lekker, met mijn familie en goede vrienden om mij heen. Mijn dochter blijft nummer één, zij is mijn beste vriend.' Is er een man in Conchita's leven? 'Ik heb een man', lacht ze geheimzinnig. 'Daar heb ik in de show niet over gesproken. Laat ik het zo zeggen: 'London heeft een vader'. Hij is een lieve vader, waar ik dol op ben. En verder zijn er genoeg gespierde vrienden die rondlopen in mijn huis.'

[van AD.nl]

zaterdag 18 mei 2013

Openbaar werkcollege over laatste boek van Anil Ramdas

Op vrijdagmiddag 24 mei a.s. vindt er een openbaar werkcollege plaats over Caraïbische literatuur bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. In het werkcollege wordt het laatste boek van Anil Ramdas behandeld: de roman Badal, uitgekomen in 2012. Het college wordt geleid door prof. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Het is het slotcollege van zijn reeks Caraïbische Dromen, van het academisch jaar 2012-2013. In de reeks traden verschillende gastauteurs en gastdocenten op: Gharietje Choenni, Jos de Roo, Robert Vuijsje en Wim Rutgers.
Het werkcollege is publiek en gratis toegankelijk. Enige voorwaarde voor deelname is dat men de roman Badal heeft gelezen. Behalve de UvA-studenten worden ook alle andere geïnteresseerden nadrukkelijk uitgenodigd actief deel te nemen aan het werkcollege over de roman van Anil Ramdas.
 
Michiel van Kempen. Foto @ Seann Punci
Datum: vrijdag 24 mei 2013
Tijd: 14.30-16.00 uur.
Locatie: Vereniging Ons Suriname
Hugo Olijfveldhuis
Zeeburgerdijk 19-21
1093 SK  Amsterdam


Mea culpa (7 en slot)


Een zoektocht naar het geweten van het Rooms-Katholieke Spanje en Portugal in de eerste eeuwen na Columbus. Hij probeert het antwoord te vinden op de vraag hoe het Rooms-Katholicisme in het reine kon komen met wat ieder weldenkend mens, ook de mens van de 16e en 17e eeuw dus, moet hebben ervaren als een groot onrecht.


Kinderarbeid in Azië


door Fred de Haas


Nawoord
Als er één ding is dat we ons moeten realiseren is het wel dat slavernij niet tot het verleden behoort maar nog steeds bestaat en andere vormen heeft aangenomen. Uitbuiting van de ene mens door de andere ligt nog steeds op de loer. Onlangs verscheen in de Nederlandse pers het bericht dat de Saoedische ambassadeur een Filippijns dienstmeisje vijf en half jaar opgesloten had gehouden en uitgebuit door haar twaalf uur per dag te laten werken en nauwelijks te eten te geven. En dat voor een salaris van een paar honderd euro in de maand. Ook haar kinderen die ze op verzoek van de ambassadeur had laten overkomen ondergingen dit lot. Snikkend vertelde ze haar verhaal voor de Nederlandse TV. Overal ligt uitbuiting op de loer. Er zijn kindsoldaten in Afrika, buitenlandse arbeiders worden in Europa (o.a. in Nederland) door criminele uitzendbureaus uitgezogen en onderbetaald. Vrouwen en kinderen worden verhandeld en mishandeld.
Wij hebben met zijn allen de verantwoordelijkheid om te verhinderen dat er mensen als Jaca, Moirans, Montesquieu en anderen blijven roepen in dezelfde woestijn als in vroeger eeuwen.